EngelandEnglish text

Straatmuziek: de directe diplomatie

Met de oude éénrijer in het winkelcentrum van Kijkduin.
  • Met de oude éénrijer in het winkelcentrum van Kijkduin.


Waarom ben ik op straat trekzak gaan spelen? Ik weet het eigenlijk niet meer. Ik weet zelfs niet meer wanneer de eerste keer was. Het was wel even doorzetten,dat weet ik nog wel. Want je doet iets heel ongebruikelijks: ongevraagd ga je ergens staan musiceren. Van een onopvallende voorbijganger verander je plotsklaps in iemand die zeer nadrukkelijk aanwezig is. Verreweg de overgrote meerderheid van de mensen doet zoiets nooit in hun leven. Je maakt je dus schuldig aan afwijkend gedrag.

Nummer 52, jaargang 16, maart 1999
D I A T O N I S C H  NIEUWSBLAD
door Eduard Bekker

Maar deze drempel ben ik toch snel overgestapt: veel mensen luisteren graag en ik hoor zelden een onvertogen woord. De beheerder van het overdekte winkelcentrum waar ik het liefste sta, heeft me zelfs uitdrukkelijk gezegd dat hij straatmuziek zeer waardeert. Ondanks je 'afwijkende' gedrag hoor je er blijkbaar misschien nog wat meer bij dan de anderen. Dit omdat je iets te bieden hebt, wat andere mensen niet kunnen.

Verkapte bedelarij

Zelf heb ik het eigelijk nooit zo op straatmuzikanten gehad. Mijn vorige woonplaats was ervan vergeven. Zat je rustig op een terrasje, kwam er een vent met een saxofoon naast je oor staan toeteren, om vervolgens met een opgehouden hand het terras af te stropen. Zoiets geeft me een onbehaaglijk gevoel.
Sommige muzikanten zijn zelfs nauwelijks in staat een melodie te spelen, laat staan mensen te entertainen. Eigenlijk heb je dan met verkapte bedelarij te maken en wordt de muziek daarvoor misbruikt.

Voor de lol

Je moet dus een zeker vertrouwen bij je publiek winnen; zo van “ik ben niet op jullie geld uit, maar ik doe dit vooral voor mijn en jullie plezier”. Daarom denk ik, dat je als straatmuzikant aan minstens een voorwaarde moet voldoen: je moet het enthousiasme in je muziek kunnen overbrengen.

Als trekzakspeler is het natuurlijk overbodig om te zeggen dat ik ruimschoots aan dit vereiste voldoe. Natuurlijk moet je het ook een beetje kunnen, maar aangezien het publiek meestal niet om uitgesproken stuntwerk vraagt, is ook dat geen probleem. Welke plaats leent zich nu het meest voor straatoptredens?

Winkelcentrum

Ik heb diverse plekken uitgeprobeerd, maar mijn stamplaats is uiteindelijk in een overdekt winkelcentrum aan de rand van de stad. Hier komt een redelijk beschaafd publiek, het is er warm en droog (dat is niet alleen gunstig voor mij; ook het publiek zal er eerder door de pas inhouden) en de akoestiek is goed. Verder is het zaaks niet te dicht bij een winkelingang of kassa te gaan staan: het volume van mijn Hohner doet nauwelijks onder voor dat van een bescheiden draaiorgel; en al speel je nog zo mooi, mensen die niet van hun plaats weg kunnen en dus gedwongen zijn om te luisteren, gaan zich sneller ergeren.

Oudere dames

Welk publiek geeft het meest? Jongeren geven niets. En om vrouwen te imponeren moet je zeker geen trekzak spelen (zie hiervoor ook het commentaar van Mark Benjamin in het Diatonisch Nieuwsblad van juni op pagina 4). Oudere dames en in mindere mate heren luisteren en geven echter graag. Het is dan ook een pluspunt om wat oudere verzen op het reportoire te hebben (Musi denn, Tiritomba en Falderie, faldera doen het erg goed). Het andere uiterste zijn heel jonge kinderen met ouders (in die volgorde). Kinderen zijn zeer geamuseerd door het instrument, met name de balg fascineert hen.
Ook de getrokken C-bas (de G, dus) doet wonderen, omdat het bij de Hohner net klinkt als een stoomschip. Uiteraard slaan kinderliedjes ook goed aan: zowel de kroost als hun ouders herkennen ze en soms zingen èn dansen de kinderen mee.

Interactief

Al met al is het interactief kunnen omgaan met je toehoorders erg belangrijk (een glimlach doet wonderen). Spelen van bladmuziek is dan ook uit deze boze, omdat je daardoor een blokkade opwerpt. Gelukkig spelen de meeste trekzakspelers uit hun hoofd. Prettige bijkomstigheid is natuurlijk ook, dat je diplomatie (geen stille!) pleegt voor de trekharmonika. Voor veel mensen (ik spreek nu vooral voor Den Haag) is het de eerste kennismaking met het apparaat en men wil er vaak meer over weten. Een mevrouw heeft me zelfs gevraagd waar ze les kan krijgen.

Een ieder die met zijn hobby een centje wil bijverdienen adviseer ik dan ook niet te schromen en de straat niet te schuwen. Niet alleen om ons geliefde instrument bij het grote publiek bekend te maken, maar ook omdat het bijdraagt aan wat meer gezelligheid in onze soms zo kille en samenleving.
 

Een fragmentje uit ‘WestZuidWest van Ameland’, een bekende Fries/Noord-Hollandse doorzakker.

Naar aanleiding van dit artikel werd ik benaderd door de KRO voor een aflevering van Dolce Vita over het leven op straat:
 

Trekharmonika even in beeld

De Harmonicahoek

woensdag 3 maart 2004
Zou het een begin zijn? Woensdag 3 maart kreeg ik de kans om de Gooise Matras eens uit te proberen. In het kader van het thema ‘straatleven’ was voor de uitzending van KRO’s DolceVita naarstig gezocht naar een straatmuzikant. Internet bracht de oplossing, omdat op deze site een artikel uit het Diatonisch Nieuwsblad over het reilen en zeilen van de straatmuzikant was te vinden.

> Meer
Steun De Harmonicahoek Terug   > Home     > Nieuwsarchief       > Berichten uit 1999         > Straatmuzikant
Actuele mededelingen van een
onzer sponsors op Facebook: Toon Sileon.


Google Analytics Alternative